Nieuwbouwwoning met jaren-30 uitstraling
Baksteen staat hier niet op zichzelf. Het straatvolume zet stevig aan met een tuitgevel en een metselwerkgevel, terwijl iets verder terug een tweede volume lichter en strakker oogt door staal, zwart zink en hout. Die verschuiving in massa maakt de jaren-30 nieuwbouwwoning meteen leesbaar: aan de straatkant sluit zij aan op de omgeving, daarachter wordt de architectuur eigentijdser en losser. De combinatie van beide delen bepaalt het hele huis, van de eerste blik op de gevel tot aan het licht in het interieur.
Een woning die pas kon beginnen na sloop en sanering
Voor de bouw startte, moest eerst een oude garage verdwijnen en de vervuilde grond bouwschoon worden gemaakt. Dat maakte de aanloop lang. Terwijl de procedures liepen, kon het ontwerp worden uitgewerkt en het vergunningstraject worden doorlopen. Die tijd zit niet zichtbaar in de afwerking, maar wel in de opbouw van het huis: een plan dat niet haastig is ontstaan, maar stap voor stap is opgebouwd uit duidelijke keuzes rond volume, materiaal en hoogteverschil.
De plattegrond en de massa reageren op twee wensen die van meet af aan naast elkaar bestonden. De woning moest verwijzen naar jaren-30 architectuur, maar ook een moderne woning zijn met meer openheid en licht. In plaats van die twee richtingen te scheiden, zijn ze over elkaar heen gelegd. Het resultaat is een nieuwbouw woning waarin baksteen, tuitgevel en eigentijdse detaillering elkaar niet corrigeren, maar juist uitdagen.
Baksteen aan de straat, staal en zwart zink daarachter
Het meest naar voren geplaatste volume is uitgevoerd in baksteen en krijgt een duidelijke tuitgevel. Daarmee staat het huis stevig in het straatbeeld en verwijst het naar de vormentaal die voor deze plek was gevraagd. Het metselwerk geeft de voorzijde gewicht, terwijl de contour van de gevel scherp blijft. Die keuze voorkomt dat de woning alleen als modern object wordt gelezen; de gevel maakt eerst contact met de rij, de rooilijn en de schaal van de omgeving.
Achter dat bouwdeel springt het moderne volume enkele meters terug. Hier zijn staal, zwart zink en afrormosia hout gebruikt, met opnieuw een tuitgevel als herkenbaar motief. Doordat die vorm in een ander materiaal terugkomt, ontstaat geen kopie maar een tweede laag. Zwart-grijze aluminium kozijnen en zwart-zinken dakkapellen versterken dat verschil. De moderne woning met tuitgevel houdt zo dezelfde lijn vast, maar verschuift in uitstraling zodra je een paar meter verder kijkt.
Een tuitgevel in twee materialen
Ook aan de achtergevel komt de vorm terug, boven het dakterras, in een staalframe dat de tuitgevel als het ware los van de muur tekent. Dat detail geeft lucht aan het volume. De vorm staat niet alleen in de massa, maar ook in de ruimte ertussen. Juist daar wordt zichtbaar hoe de woning is opgebouwd uit herhaalbare lijnen met telkens een andere drager: metselwerk aan de straat, staal en zink in het terugliggende deel, hout als zachte tussenlaag.
Door die materiaalmix blijft de bakstenen gevel niet beperkt tot een nostalgisch gebaar. Het metselwerk staat naast strakkere vlakken, donkere kozijnen en houten delen, waardoor de jaren-30 nieuwbouwwoning meer is dan een verwijzing. De voorgevel leest traditioneel in de vorm, maar niet in de uitwerking; het moderne volume erachter houdt de compositie licht en precies.
Open trap en vide trekken het huis omhoog
Binnen begint de verrassing direct bij het trappenhuis. De treden zijn gemaakt van oude eiken wijnvaten, waardoor het hout een zichtbaar doorleefde nerf en kleur krijgt. De open trap is van buiten én van binnen een belangrijk element; je ziet de beweging van de vloer naar boven en terug. In dezelfde zone werken de vide aan de voorgevel en het verschil in vloerhoogte mee aan een plan dat niet vlak is, maar in lagen is opgebouwd.
De opdrachtgevers vroegen om hoogteverschillen, en die zijn op meerdere plekken terug te lezen. Bij de keuken bedraagt de vrije hoogte 2900 mm, aan de tuinzijde is door een verlaagde vloer zelfs 3500 mm bereikt. Boven de eettafel loopt de ruimte op tot 6000 mm. Dat hoge plafond ligt onder een opvallend gevelraam, waar het zuiden licht binnenbrengt en de wand boven de tafel optilt. Daardoor krijgt de centrale leefruimte een duidelijke verticale richting.
De binnen-buiten verbinding wordt hier niet als abstract begrip neergezet, maar als een reeks zichtlijnen. Grote glasvlakken trekken de tuin de woonkamer in, terwijl de vloertrapjes en openingen de overgang tussen woonruimte, keuken en buitenzone voelbaar houden. Op de foto’s is te zien hoe daglicht over de houten vloeren en lichte wanden schuift. De woning gebruikt glas niet alleen voor uitzicht, maar ook om hoogte, richting en afstand in één oogopslag leesbaar te maken.
Keuken en leefruimte als midden van het huis
De keuken is door de opdrachtgevers zelf ontworpen en staat midden in het dagelijkse gebruik van het huis. Blauwe kasten, een steenachtig werkblad en hoge kasten geven het meubelbeeld massa zonder het te zwaar te maken. Omdat de keuken open aansluit op de woonruimte, blijft het zicht lang doorlopen. De ruimte eromheen profiteert van de hogere plafonds en van de ramen die het licht diep naar binnen brengen.
Naast die keuken staat het trappenhuis als tweede ankerpunt. Samen vormen ze het hart van het interieur. Waar het hout van de traptreden een tactiel accent geeft, zorgen de zwarte balusters voor een strakke lijn die langs de vide omhoog loopt. In de woon- en eetruimte zie je hetzelfde spel tussen hard en zacht terug: wit gestucte vlakken, houten vloerdelen, glas en donkere details die elkaar afwisselen zonder de ruimte vol te zetten.
Ritme van licht, hoogte en materiaal
Het interieur leunt niet op losse blikvangers, maar op een ritme van opklimmende ruimtes. De vide bij de voorgevel opent het zicht over meerdere lagen, terwijl de eettafel onder een hoge ruimte staat die het bovenlicht zichtbaar maakt. Op andere plekken houdt de woning juist een lagere maat aan. Daardoor voelen keuken, eetplek en woonkamer niet gelijkvormig aan; elk deel krijgt een eigen maat en een eigen contact met het licht.
Dat ritme is ook zichtbaar in de details. Zwarte kozijnen snijden scherp in de gevels, de dakkapellen sluiten donker aan op het dakvlak en het staal van het moderne volume tekent de randen van de vorm. Binnen herhalen de houten vloeren en de eiken traptreden dezelfde afwisseling van hard en warm materiaal. De jaren-30 nieuwbouwwoning krijgt zo samenhang door contrast, niet door alles gelijk te trekken.
De buitenruimte sluit direct aan op de woonvloer
Achter de woning ligt een tuinzone met geplaveide paden, gras en beplanting langs de gevels. De grote glaspartijen maken die buitenruimte onderdeel van het dagelijks zicht. Niet alleen vanuit de woonkamer, maar ook vanaf de trap en langs de terrasniveaus blijft de tuin aanwezig. Het effect is helder: de woning eindigt niet bij de achtergevel, maar loopt optisch door in de buitenruimte.
Die overgang krijgt extra gewicht door de materialen die buiten terugkomen. Het metselwerk blijft dominant in de straatgevel, terwijl hout en zwart metaal de moderne delen markeren. Binnen en buiten worden daardoor niet gladgestreken tot één beeld. Het huis laat juist zien waar de grens zit, met glas, terugliggende volumes en een staalframe boven het terras als duidelijke schakels tussen woonruimte en open lucht.
Fotografie: Valentina Buonanno
Wil je meer zien van ARHK architecten? Bekijk de pagina van ARHK architecten voor meer projecten en bedrijfsinformatie.








