Renovatie van neorenaissance woning
Rond de achterzijde verschuift het karakter van deze renovatie neorenaissance woning meteen: waar eerst een gesloten bakstenen wand stond, ligt nu een hoge staal- en glasgevel die het zicht naar de tuin opent. Het verschil tussen voor en achter is nog steeds leesbaar, maar de woning krijgt een nieuwe tweede voorkant aan de tuinzijde. Daardoor lopen licht en gebruik ineens door tot diep in het souterrain, waar de vloer, wanden en openingen anders reageren op de dag.
Daglicht in het souterrain
Het souterrain, ooit bedoeld voor keuken, opslag en werk, is nu een volwaardige laag in de woning. De nieuwe openingen trekken het daglicht in souterrain verder naar binnen, terwijl de aansluiting op de achtertuin het vertrek minder afgesloten laat voelen. Drie extra openingen met dubbele glazen deuren brengen extra doorzicht in het interieur. Niet één ruimte profiteert daarvan alleen: het licht bereikt ook de overgangszones, waardoor de benedenverdieping zich losmaakt van het oude beeld van een half verdiepte servicezone.
Die verschuiving is vooral zichtbaar in de manier waarop de hoofdvertrekken zich tot buiten verhouden. Aan de tuinzijde ligt geen harde grens meer van baksteen, maar een reeks glasvlakken en openingen die het groen dichtbij halen. De vloer loopt door, de wanden blijven rustig, en juist daardoor vallen de nieuwe ingrepen op. Het is een klassieke woningrenovatie die niet probeert te verbergen wat nieuw is; staal en glas zijn hier duidelijk afleesbaar naast het bestaande metselwerk.
Staal en glas als nieuwe achterzijde
De staal en glas uitbouw vervangt geen detail, maar een hele houding van de woning. Waar de achterkant eerst weinig uitstraling had, krijgt die nu een helder ritme van profielen, ruiten en openingen. Dat contrast met de historische schil maakt de ingreep scherp leesbaar. Het blijft een huis uit rond 1895, met neorenaissance als uitgangspunt, maar de achtergevel werkt nu mee aan het gebruik van de woning in plaats van alleen aan het dragen van de bouwmassa.
Ook in de tuinrelatie zit diezelfde helderheid. Het souterrain verbonden tuin is niet benaderd als een losse buitenruimte, maar als een verlengde van het wonen. Het groen komt zichtbaar dicht tegen de glaswand aan, terwijl de achterzijde van het huis meer lucht krijgt. Vanuit binnen verandert het perspectief daardoor voortdurend: eerst een raamkader, dan een glimp van bomen, vervolgens weer baksteen of hout in het interieur. Dat schakelen tussen materialen en diepte geeft de woning zijn nieuwe spanning.
Open trap tussen verdiepingen
In het hart van de verbouwing staat de open trap tussen verdiepingen. Niet als los object, maar als uitgespaarde ruimte die het souterrain verbindt met de bovenverdieping. De leegte rond die trap brengt lucht in de kern van het huis en maakt de verticale route zichtbaar. Wie vanaf beneden omhoog kijkt, ziet de lagen boven elkaar niet als gesloten stapeling, maar als onderdelen die elkaar blijven raken via zichtlijnen en doorvallen van licht.
Die verticale verbinding wordt versterkt door de originele grote trap, die de studie- en slaapkamerverdiepingen ontsluit. Daar blijft de historische schaal voelbaar. De treden, de bordessen en het sierlijke hekwerk horen duidelijk bij het oudere huis, terwijl de nieuwe openingen rond de trap juist voor minder stijfheid zorgen. Het resultaat is geen contrast om het contrast, maar een route die de verschillende verdiepingen van de woning leesbaar maakt zonder de bestaande hoofdtrap te overschrijven.
Een route die licht meeneemt
De open trap werkt ook als lichtkanaal. Het daglicht in souterrain krijgt via de vide en de nieuwe openingen een tweede weg naar boven, en andersom zakt helderheid van de hogere lagen terug naar beneden. Daardoor verandert het midden van het huis op een subtiele manier gedurende de dag. De wanden blijven licht, de randen strak, en de trap blijft zichtbaar als een ruimtelijk gebaar dat de woning ordent.
Ornamenten en glas-in-lood behouden
Tegenover de nieuwe ingrepen staat het zorgvuldige behoud van ornamenten en glas-in-lood. In meerdere ruimtes zijn de bestaande details gerestaureerd, zodat de woning niet alleen een hedendaagse laag krijgt, maar ook zijn oorspronkelijke tekens behoudt. De glas-in-lood behouden elementen brengen kleur en patroon in een verder heldere opbouw van wanden, kozijnen en plafonds. Daardoor blijft het huis geworteld in de tijd waarin het gebouwd werd, zonder dat het interieur in een museumstand terechtkomt.
De combinatie van oude afwerking en nieuwe openingen maakt de renovatie scherp. Lijsten, plafonddetails en raamvakken krijgen ruimte naast glas en staal, maar niet op een sentimentele manier. De materialen spreken elk hun eigen taal. Het ene deel van het huis laat verfijnde profilering zien, het andere deel lichte doorzichten en dunne omlijstingen. Juist die nuchtere afwisseling houdt de woning levend, omdat niets wordt dichtgesmeerd of verdoezeld.
Leefruimtes op verschillende niveaus
De oorspronkelijke logica van het huis is nog herkenbaar: de meer gedistingeerde bovenverdieping draagt de belangrijkste leefvertrekken, terwijl de studeerkamers en slaapkamers hoger liggen en via de monumentale trap bereikbaar zijn. Toch is die oude hiërarchie niet letterlijk bewaard. Door de grotere openingen en het nieuwe contact met de tuin krijgt ook het souterrain een duidelijke rol in het dagelijks gebruik. De woning werkt daardoor op meerdere niveaus tegelijk, in plaats van per verdieping apart.
Vanuit de interieurs kijk je regelmatig door naar buiten of naar een andere laag van het huis. Dat interieur met tuinzicht zit niet alleen in de grote glaswand aan de achterzijde, maar ook in kleinere verschuivingen: een dubbele deur, een geopende wand, een zichtlijn langs de trap. De woning voelt daardoor minder compartimentachtig. Ruimtes blijven afleesbaar, maar sluiten visueel op elkaar aan via openingen en doorzichten die de verbouwing zorgvuldig heeft toegevoegd.
Strakke ingrepen naast klassieke randen
De nieuwe elementen zijn terughoudend gehouden. Glas en staal zijn dun geprofileerd, met weinig nadruk op detail, zodat de bestaande ornamenten niet worden weggehaald uit hun context. Tegelijk blijft de ingreep precies genoeg om het verschil met het oude deel zichtbaar te houden. Die helderheid zie je ook in de overgangen tussen vloer, wand en kozijn. Niets probeert klassiek te lijken. Het nieuwe is rustig, recht en functioneel in gebruik, terwijl het historische deel zijn reliëf behoudt.
Dat geldt net zo goed voor de onderste laag, waar de daglichttoetreding het sterkst is veranderd. De ruimtes in het souterrain voelen niet langer als achterafvertrekken, maar als onderdeel van een woning die zich naar buiten opent. De tuin ligt niet als decor buiten het raam; hij vormt een constante achtergrond in het dagelijks verloop van het huis. Zo krijgt deze renovatie neorenaissance woning een nieuwe ruimtelijke logica zonder de sporen van het verleden uit te wissen.
Fotograaf: Aemelie Deelder.
Wil je meer zien van Fokkema & Partners Architecten? Bekijk de pagina van Fokkema & Partners Architecten voor meer projecten en bedrijfsinformatie.








