Restauratie van het 19de-eeuwse hoevecomplex: interieur met licht, verhouding en boogopeningen
De eerste indruk komt van het contrast tussen baksteen, hout en een donkere tegelvloer. In dit restauratie hoevecomplex interieur zijn de historische volumes niet gladgestreken, maar opnieuw leesbaar gemaakt. De opdracht vertrok van herwaardering en afwerking, met aandacht voor verhouding, licht en sfeer. Dat merk je meteen in de doorgangen, de openingen en de manier waarop elke ruimte op de volgende reageert. Het resultaat is een gerestaureerde hoeve interieur waarin de oude structuur blijft spreken, terwijl de nieuwe inrichting precies tussen de muren lijkt te passen.
Boogdoorgangen als dragers van de route
De circulatie verloopt via boogopeningen die de overgang tussen inkom, gang en leefruimtes niet abrupt maken. Zo’n boogdoorgang werkt hier niet als decor, maar als duidelijke ruimtelijke markering. In de inkomzone staat houten binnenschrijnwerk naast een donkere vloer in antraciet tint, waardoor de opening extra diepte krijgt. Elders verschijnen dubbele houten deuren in een licht omlijst kader, met bovenaan een boogvorm die de doorgang zacht aflijnt. Het interieur met boogdoorgangen geeft de route een rustig ritme, zonder de historische massa te verbergen.
De materiaalkeuze ondersteunt dat ritme. Baksteen blijft zichtbaar in delen van de wand, terwijl hout de overgangen verzacht en de maatvoering van de openingen benadrukt. In de gangen en portalen wisselen donkere vloervlakken en lichtere wanddelen elkaar af, zodat de ruimte helder leesbaar blijft. De boogvormen vangen het licht op een andere manier dan rechte lijnen; ze vertragen het zicht, maar houden de doorzichten open. Daardoor voelt de wandeling door het hoevecomplex compact en tegelijk ruim.
Leefruimte met vide en open zichtlijnen
In de leefruimte met vide trekt het volume omhoog. De ruimte opent zich naar een hoger niveau, terwijl de bakstenen wanden stevig aanwezig blijven. Zitbanken staan rond een breed houten vloer- of parketvlak, waardoor het midden van de kamer niet wordt volgezet met losse meubelstukken. Een grote hanglamp hangt los in de hoogte en onderstreept die verticale ruimte. De open zichtlijnen maken duidelijk hoe de restauratie is opgevat: niet als toevoeging boven op het bestaande, maar als een nieuwe laag die de maat van de oude schuur- of hoevestructuur respecteert.
Hier komt het baksteen en hout interieur het scherpst naar voren. Het ruwe metselwerk werkt als tegengewicht voor de gladde houten afwerking en de strakkere lijnen van de trapconstructie. Een zwarte leuning tekent zich af tegen de lichtere vlakken en begeleidt de blik naar boven. In plaats van één centraal object krijgt de ruimte betekenis door doorzichten, hoogteverschillen en de manier waarop het licht over de stenen wand glijdt. Dat maakt de leefruimte niet alleen open, maar ook gelaagd.
Baksteen, balken en het gewicht van de ruimte
Ook de plafondstructuur draagt bij aan die leesbaarheid. Zichtbare houten balken brengen de lengte van de ruimtes in beeld en laten zien waar het oude skelet van het complex aanwezig blijft. Tussen de balken ontstaat een spel van schaduw en licht dat vooral in de gangen en onder de overgangen goed zichtbaar is. De zichtbare constructie is niet weggebouwd. Ze vormt een deel van de sfeer, samen met de bakstenen muren en de antraciet vloer. Zo blijft het interieur technisch rustig en visueel helder.
Keuken met eiland en maatkasten
De keuken is opgebouwd rond een eiland en hoge wandkasten, waardoor het meubelwerk als een volwaardige wand in de ruimte staat. De fronten hebben een paneelachtige uitstraling die aansluit bij de historische omgeving, maar de opstelling blijft strak genoeg om de keuken functioneel te houden. Het keukeneiland zet zich los in de ruimte en houdt de zichtlijnen open naar de rest van het interieur. In combinatie met de lichte kasten en de donkere vloer krijgt de keuken een uitgesproken materiaalcontrast dat niet om aandacht vraagt, maar wel de ruimte ordening geeft.
De keuken met eiland en maatkasten werkt vooral door maat en ritme. De hoge kasten trekken de wand optisch op, terwijl de lagere delen het geheel lager en rustiger maken. Op de vloer ligt een natuursteen of keramische tegel in antraciet tint, die het lijnenspel van de kasten volgt en tegelijk de overgang naar andere ruimten markeert. Ronde glazen armaturen boven de tafel brengen een zacht lichtpunt in de opstelling. Daardoor blijft de keuken onderdeel van het grotere geheel, zonder haar eigen karakter te verliezen.
Een muur van maatwerk, geen losse meubels
Het maatwerk in de keuken en de gangen heeft hetzelfde uitgangspunt. Panelen, deuren en kasten lopen door in de wand, zodat opbergruimte niet als toevoeging leest maar als deel van de architectuur. Dat is duidelijk in de lange gang, waar donkere wandpanelen en maatkasten de lengte van het traject volgen. De antraciet tegelvloer versterkt dat effect, omdat het materiaal weinig afleiding geeft en de ruimte optisch uitrekt. In de gerestaureerde hoeve interieur is maatwerk dus geen scherm, maar een manier om de oude structuur opnieuw te laten functioneren.
Gangen en traphuis in donker steen en hout
De overgang naar het traphuis is opvallend stevig. Een bakstenen wand met boogvormige opening leidt naar een rechte trap met houten treden. Die combinatie van ruw metselwerk en glad hout werkt sterk in de compacte ruimte. De donkere tegelvloer houdt het beeld samen en laat de trap bijna zweven tegen de achtergrond van steen. Verderop sluiten zwarte hekwerken en een slanke leuning aan op de rechte lijn van het trappenhuis. Het zijn precies die kleine verschuivingen in materiaal en lijn die het interieur in beweging houden.
Ook in de bredere corridor blijft dat spel zichtbaar. Baksteen, balken en antraciet vloer leggen samen de basis, terwijl de openingen in de wand het zicht naar andere delen van het complex sturen. De ruimte voelt daardoor niet als een doorgang die je snel moet passeren, maar als een onderdeel van het verhaal. De afwerking is sober gehouden, met aandacht voor aansluitingen en overgangen. Juist daardoor krijgt het gerestaureerde volume extra nadruk.
Badkamer met boogvorm en een vrijstaand bad in nis
In de badkamer verschuift de schaal opnieuw. Een boogvormige architectuur omlijst de zone rond het vrijstaand bad in nis, waardoor het bad niet zomaar los in de ruimte staat maar bewust wordt ingekaderd. De wandafwerking heeft een paneelstructuur die aansluit op de rest van het interieur, terwijl de vloer de donkere toon van het project verderzet. Het resultaat is een compacte ruimte waarin de boog niet alleen een vorm is, maar ook een manier om de functie leesbaar te maken. De badkamer sluit zo aan op de rest van de restauratie hoevecomplex interieur, zonder hetzelfde te herhalen.
Die samenhang zit vooral in de materialen. Hout keert terug in de afwerking en in de nabijheid van de deurpartijen, baksteen blijft op andere plekken zichtbaar, en de antraciet natuursteen of keramische tegel vormt de rustige basis. Daardoor verschuift de aandacht van losse elementen naar de manier waarop licht over oppervlaktes beweegt. In de badkamer vangt de nis het dag- of kunstlicht op een andere manier dan de omliggende wand. Het bad staat daardoor niet centraal als object, maar als onderdeel van een zorgvuldig uitgewerkte ruimte.
Fotografie: Glenn Reynaert, Hendrik Biegs
Wil je meer zien van Architectenbureau Glenn Reynaert? Bekijk de pagina van Architectenbureau Glenn Reynaert voor meer projecten en bedrijfsinformatie.








