Herbestemming van een oude pastorie tot brasserie
De oude pastorie kreeg een nieuwe rol als brasserie, met een interieur waarin het historische kader niet is weggewerkt maar zichtbaar blijft in licht, wanden en details. De herbestemming pastorie brasserie laat meteen zien hoe een zware, klassieke basis anders kan gaan werken zodra een glazen pui, een gericht lichtplan en textuur op de wanden de ruimte openen. Tussen de groene wandpartijen en de zachte stoffering ontstaat een rustig ritme dat door het hele project terugkeert.
Groene wand en licht in de eetruimte
In de eetruimte trekt vooral de groene wand de aandacht. De kleur loopt niet op als decoratie alleen, maar vormt een vlak waar daglicht overheen schuift en waarin de reflectie van gordijnen en meubels zacht blijft hangen. Het resultaat is een modern klassiek interieur dat niet leunt op contrast om zich te tonen, maar op lagen: een tafel, stoelen met warme bekleding, een wand met natuurachtige diepte en verticale houten latten boven de ruimte. Die latten zetten een strak ritme neer, zonder de zachte uitstraling van de zaal te verstoren.
De glazen pui maakt de overgang naar buiten helder leesbaar. Niet door het zicht op het landschap te vergroten tot een gebaar, maar doordat de ruimte zelf lichter en opener aanvoelt. In de brasserie voor bewoners van het landgoed en gasten van buiten krijgt die relatie tussen binnen en buiten extra gewicht. De bosrijke omgeving en de kronkelende paden worden niet letterlijk naar binnen gehaald, maar wel voelbaar gemaakt via kleur, licht en de manier waarop de wandafwerkingen het daglicht opnemen.
Een plafond dat de ruimte draagt
Het plafond of de boogzone is opgezet als het duidelijkste gebaar in het interieur. De verticale houten latten geven het oppervlak een richting, bijna alsof de ruimte in segmenten is opgebouwd. Daardoor krijgt de eetzaal spanning zonder drukte. Het element werkt tegelijk als achtergrond en als blikvanger: het vangt het licht, breekt de schaal van de ruimte en legt een verbinding met de houten onderdelen elders in het project. In de herbestemming pastorie brasserie is dit het punt waar de herkomst van het gebouw en de nieuwe functie elkaar ontmoeten.
Die combinatie van zwaar en licht is ook voelbaar in de materiaalkeuze. Een steenachtig of pleisterachtig oppervlak vormt de basis, terwijl hout, stof en glas daartegenover een zachtere laag zetten. De wandafwerkingen zijn zichtbaar niet bedoeld als vlakke afwerking alleen; ze geven de ruimte een oppervlak waar schaduw op blijft liggen. Dat is vooral zichtbaar in de zones rond de boog, waar de latten, het plafond en de wand elkaar raken en de ruimte meer diepte krijgen dan een standaard restaurantinterieur zou hebben.
Textuur tussen boog en wand
De tekstuur van de wanden blijft belangrijk, juist omdat het project niet draait om een overvloed aan losse decoratie. Een groene wand met een wazige natuurwerking, een beige stoelrand, een gordijnvlak dat het daglicht tempert: het zijn kleine ingrepen die samen de leesbaarheid van de ruimte bepalen. Het modern klassiek interieur werkt hier door de spanning tussen behoud en aanpassing. Oude contouren blijven aanwezig, maar krijgen een andere schaal en een andere tactiliteit.
Ook de decoratieve tegelinleg langs een wand hoort bij die gelaagdheid. Het patroon met ster- en bloemmotieven werkt als een smalle lijn van detail, niet als hoofdgebeurtenis, maar wel als iets dat de loop langs de wand vertraagt. In combinatie met de steenachtige omlijsting krijgt de ruimte een historisch accent zonder dat het beeld zwaar wordt. De brasserie houdt daardoor een heldere leesbaarheid, ook op plekken waar meerdere materialen elkaar raken.
Glas-in-lood en de stilte van kleine details
Een van de meest herkenbare details is het glas-in-lood met ruitmotief. De zwarte roeden, de gele accenten en de regelmatige verdeling van de vlakken brengen een andere soort licht in de ruimte: gefilterd, bijna getekend. In close-up laat het glas zien hoe kleine kleuraccenten genoeg zijn om een raam onderdeel van het interieur te maken. Het glas-in-lood detail verwijst naar het historische karakter van de pastorie, maar het blijft onderdeel van een hedendaagse inrichting waarin het licht de hoofdrol heeft.
Diezelfde aandacht voor detail komt terug in de trap met houten spijlen en de donkere metalen leuning. De trap loopt langs een steenachtig oppervlak en onder een boogvormig vlak door, waardoor de route door het gebouw compact en leesbaar blijft. Hier is de afwerking niet glad of anoniem; de spijlen, de leuning en het ruwe oppervlak werken samen als een kleine ruimtelijke passage. Het is een detail dat laat zien hoe de herbestemming pastorie brasserie ook in de overgangszones zorgvuldig is opgebouwd.
Trapdetail met hout en steen
In de trapopbouw krijgt de combinatie van materiaal en lijn een duidelijke rol. De houten spijlen zetten een verticaal ritme neer, terwijl de metalen leuning de beweging van de trap volgt. Daarachter ligt een oppervlak dat aan steen of pleister doet denken en het beeld optisch verzwaart. Zo ontstaat een overgang die niet alleen functioneel is, maar ook leesbaar in lagen. De route omhoog of omlaag wordt daardoor een onderdeel van de interieurervaring, niet slechts een verbinding tussen twee niveaus.
Naast de trap en het glas-in-lood speelt ook de meer open binnenhofzone mee in het projectbeeld. Een ronde uitsparing met beplanting en een hekwerk met houten spijlen laten zien hoe de groene laag in meerdere delen van het gebouw terugkomt. Het zijn geen grote gebaren, eerder ingrepen die de blik even laten rusten. In samenhang met de groene wand in de eetruimte vormt dit een herhaald motief dat de ruimte verbindt zonder het interieur dicht te zetten.
Een herbestemming die het gebouw leesbaar houdt
De kracht van deze herbestemming zit in de manier waarop het oorspronkelijke gebouw niet wordt uitgewist. De pastorie krijgt een nieuwe functie als brasserie, maar behoudt een zichtbaar historisch skelet in booglijnen, textuur en kleine ornamenten. De glazen pui brengt licht en zicht naar binnen, de wandafwerkingen geven diepte, en de houten elementen zorgen voor maat en richting. Daardoor blijft het interieur rustig in de omgang met de geschiedenis van het pand, terwijl de ruimte duidelijk is aangepast aan een hedendaags gebruik.
Wie door de verschillende beelden van het project kijkt, ziet vooral hoe consequent dezelfde keuzes terugkeren: groene vlakken, verticale latten, glas-in-lood, steenachtige ondergronden en houten details. Dat maakt de herbestemming pastorie brasserie overtuigend als interieurverhaal. Niet door het groot te maken, maar door de bestaande structuur precies genoeg te veranderen om er een leesbare brasserie van te maken, met binnen en buiten in direct contact en met voldoende ruimte voor de historische onderdelen om zichtbaar te blijven.
Wil je meer zien van DMD Amsterdam? Bekijk de pagina van DMD Amsterdam voor meer projecten en bedrijfsinformatie.








