Nieuw hotel met vegetatiegevel en seizoens geïnspireerd interieur
Een begroeide gevel vormt meteen het beeld dat blijft hangen. Tussen glasvlakken en donkere kozijnen ligt een laag beplanting die het volume zachter maakt, terwijl de ramen de kamers naar het bos en het water openen. In dit nieuwe hotelconcept draait het niet alleen om uitzicht, maar ook om de manier waarop buiten en binnen in elkaar grijpen. De vegetatiegevel hotel krijgt daarbij de rol van eerste gebaar: zichtbaar vanaf de gevel, voelbaar in de entree en doorgezet in het materiaalgebruik binnen.
Twee volumes, vier lagen, 39 kamers
Het hotel bestaat uit twee met elkaar verbonden gebouwen van vier verdiepingen. Samen tellen ze 39 kamers. Die opzet is compact genoeg om overzicht te houden, maar groot genoeg om de gevel in een duidelijk ritme op te bouwen. De kamers liggen rond de randen van het volume, waardoor het zicht op het bos en het water steeds terugkomt in de compositie. Juist in die herhaling van ramen en openingen wordt het duurzame hotel ontwerp leesbaar: niet als los statement, maar als een gebouw dat zich in zijn omgeving voegt.
De hoogte werkt mee aan dat effect. Vanuit de basis naar boven verandert de ervaring geleidelijk, met het interieur als leidraad voor een route door de seizoenen. Het ontwerp voor binnen is geïnspireerd op lente, zomer, herfst en winter. Die gedachte is niet uitgewerkt met losse decoratie, maar met kleurvlakken, materiaalovergangen en rustige wanden die per verdieping een andere sfeer oproepen. Het resultaat is een hotelinterieur met hout lamellen en natuurlijke accenten dat zich in lagen laat lezen.
Seizoenen in het bos als interieurverhaal
Onderin zijn de tinten zachter en lichter, met groene wanden en ronde spiegelaccenten die de ruimte openbreken. Verderop komen warmere kleuren terug, zoals terracotta en oker, naast donkerder hout. De beelden laten kamers zien waar een houten lattenwand niet alleen afbakent, maar ook een nis of doorgang markeert. Zo krijgt elke kamer een eigen wandcompositie. Het zijn geen grote gebaren, eerder precieze ingrepen die het licht sturen en de kamer een duidelijke richting geven.
Die aanpak zie je ook in de details. Een ronde spiegel hangt los op de wand en vangt het daglicht. Een opening met verticale houten latten laat lucht en zicht door. In een andere kamer loopt een donkere houten lamelwand achter het bed door, terwijl de verlichting aan het plafond laag blijft en het oppervlak van de wand leesbaar houdt. Het hotelinterieur met hout lamellen gebruikt het materiaal dus niet als decor, maar als manier om vlakken te verdelen en rust in de kamer te brengen.
Groen aan de rand van gevel en passage
Buiten is de route naar binnen minstens zo zorgvuldig opgebouwd. Een overdekte entreegang leidt langs smalle stroken groen, onder een strakke overkapping met zwarte dragers. Aan het einde van die passage komt de beplanting weer terug in de zichtlijn, waardoor de overgang van buiten naar binnen niet abrupt aanvoelt. De groene entreegang is daarmee geen losse doorgang, maar een smalle ruimte waarin licht, schaduw en blad elkaar afwisselen. De gevel met verticale raamindeling sluit daar visueel op aan.
De vegetatiegevel hotel speelt ook hier een zichtbare rol. Rond een raamopening ligt de beplanting dicht tegen het donkere kader aan. In close-up is de gelaagdheid van de begroeiing goed te zien, met verschillende bladkleuren en een volle aanplant die het harde bouwdeel verzacht. Samen met de ramen en de donkere omlijsting ontstaat een gevelbeeld waarin techniek en groen naast elkaar blijven staan, zonder elkaar te overschreeuwen. Dat maakt het duurzame hotel ontwerp concreet in de aanblik, niet alleen in de intentie.
Materialen die de kamers sturen
Binnen werkt het hotel met een beperkt aantal middelen. Hout, glas en natuursteen dragen de ruimte. In de kamers lopen verticale lamellen of latten door als wandbekleding of als afscherming van een nis. Daardoor ontstaan openingen met diepte, in plaats van vlakke scheidingen. De ronde spiegels zorgen voor een tegenvorm naast al die rechte lijnen. Het zijn kleine elementen, maar ze bepalen hoe de kamer leest: niet als grote open ruimte, wel als zorgvuldig ingedeeld geheel met duidelijke randen en zichtlijnen.
Ook de kleurvlakken doen veel werk. Een groene wand met witte delen, een terracotta accentvlak of een okergele zone zet meteen een ander register neer. Daartegenover blijven meubels en vaste onderdelen rustig. Een bed, een tv-scherm, een lamp en een spiegel krijgen meer gewicht doordat de wand erachter al richting geeft. In die zin is het hotelinterieur met hout lamellen minder afhankelijk van losse inrichting en meer van de onderlinge verhouding tussen wand, opening en licht.
Marmer in de badkamer, zonder overdaad
In de badkamer verschuift de aandacht naar steen. Marmeren wanden met duidelijke nerf lopen door tot in de douchezone, waar een ronde regendouchekop boven het oppervlak hangt. Een glazen scheiding houdt de ruimte open, terwijl een houten verticale kolom of lattenelement naast het marmer voor contrast zorgt. De marmeren inloopdouche laat zien dat het project ook in kleinere ruimtes op materiaalverloop vertrouwt. Niet op drukte, wel op een helder samenspel van glans, lijn en vlak.
De badkamerdetails passen in hetzelfde palet als de kamers. Waar elders hout en ronde spiegels de toon zetten, krijgt de natte ruimte een zwaardere ondergrond met natuursteen en marmer. Dat verschil maakt de route door het hotel leesbaar. Je beweegt van zachte texturen naar harde steen, van mat naar glans, van open wand naar gesloten vlak. De afwerking blijft sober, maar elk onderdeel heeft een duidelijke functie in de ruimtelijke ervaring.
Duurzaamheid zichtbaar gemaakt in het gebouw
Het ontwerp zet duurzaamheid niet weg als technische laag achter de schermen. Zonnepanelen liggen op het dak, de vegetatiegevel werkt mee aan fijnstofreductie en de parkeerruimte is vergroend met grasbetontegels. Ook de manier waarop het gebouw tussen de bestaande delen en de groene omgeving schakelt, hoort bij dat uitgangspunt. De volumes sluiten in hoogte en uitstraling aan op hun context, waardoor het geheel niet los in het landschap staat maar ertegenaan lijkt te zijn geschoven.
Dat maakt de duurzaamheid van dit hotel tastbaar in de architectuur zelf. De begroeide gevel, de groene entreegang en de glasopeningen met zicht op het omliggende landschap vertellen hetzelfde verhaal vanuit verschillende kanten. Binnen herhalen de houtlatten en natuursteen die logica op een ingetogen manier. Het is een project waarin het seizoenen in het bos als concept niet alleen in kleur of sfeer terugkomt, maar ook in de overgang tussen gevel, passage, kamer en badkamer.
Wil je meer zien van ENZO architectuur N interieur? Bekijk de pagina van ENZO architectuur N interieur voor meer projecten en bedrijfsinformatie.








