Trechtervormige woning
De trechtervormige woning vertrekt van een perceel dat niet dwingt tot een rechtlijnige oplossing, maar net richting geeft aan de plattegrond. De schuine kavelvorm werd doorgetrokken in de inplanting, waardoor de woning op verschillende plekken andere zichtlijnen laat zien. Van bij de toegang wordt dat duidelijk: de route naar de voordeur verloopt niet in één beweging, maar via een zorgvuldige opeenvolging van gevel, carport en inkomzone. Het resultaat is een huis dat zich stap voor stap prijsgeeft.
Een inkom die het tempo vertraagt
De carport en de inkom liggen samen in de voorgevel en sturen bezoekers eerst langs massa en schaduw voordat de voordeur in beeld komt. Die ingreep geeft de aankomst een traag ritme. De schuine gevel is daarbij meer dan een vormelijk gebaar: de claustra laat gefilterd licht binnen in de kelderverdieping, waar de ouders hun slaapvertrekken kregen. Zo verbindt de entree de zichtbare buitenzijde meteen met een lager gelegen ruimte die anders gesloten zou blijven. In deze trechtervormige woning werkt de inkom dus niet als doorgang alleen, maar als eerste lichtbron en eerste afremming tegelijk.
Gevelopening als lichtsnede
Op de verdieping van de voorgevel valt een grote raampartij op die de trechtervorm scherp volgt. Het glas loopt in een hoek mee met de schuine beweging van de inkomzone en trekt zich vervolgens door over drie niveaus tot op kelderniveau. Dat verticale glasvlak maakt de gevel leesbaar als een gelaagde doorsnede. De terugkerende bruintinten in gevelsteen en buitenschrijnwerk zorgen voor rust tussen de volumes, terwijl de maximaal koud verlijmde glasvlakken de overgang tussen binnen en buiten verscherpen zonder de detaillering te verbergen.
Daglicht dat diep in de woning valt
In het hart van de woning ligt een binnentuin tussen keuken en zithoek. Die ingreep brengt licht naar plaatsen waar een klassieke plattegrond sneller zou dichtslibben. De opening werkt niet als decoratief tussengebied, maar als helder middenpunt waar de woonruimtes zich omheen organiseren. Ook via de trap komt licht verder de woning in: scheerlicht glijdt langs de verticale lijn naar de eetruimte en zet tafelblad, vloer en wanden telkens anders aan. Zo krijgt deze moderne woning met binnentuin haar ruimtelijke diepte zonder dat de plattegrond open en ongedefinieerd wordt.
De eetruimte profiteert van dat dubbele licht. Ze ligt geborgen, maar niet donker, omdat de binnentuin en de trap samen een zachte lichtstroom maken. Eten kan er aan de meer omsloten tafelopstelling of aan de betonnen tafel die als verlengstuk van het keukeneiland is gevormd. Dat meubel volgt de harde lijn van het eiland en brengt een zwaar, stil gebaar in een ruimte die elders net door openingen en doorkijken wordt gestuurd. Beton, hout en granito-achtige vloeren geven de ruimtes daarbij een herhaalbaar ritme.
Terras, koepels en water als tweede laag
Buiten breidt het plan zich uit in verschillende zones. Het terras is niet als één vlak aangelegd, maar opgebouwd uit delen met een eigen gebruik. Onder de overdekte eetruimte zorgen ronde dakkoepels met verschillende diameters voor lichtkringen en reflecties op de vloer. Het daglicht valt er niet vlak binnen; het botst eerst op glas en boord, en beweegt dan door over de terrastegels en het zwembad. In deze woning met overdekt terras krijgt zelfs het plafond een rol in hoe de buitenruimte wordt gelezen.
Naast het zwembad ligt een tweede terras met plaats om in de zon te zitten. Het water fungeert niet als los object, maar als onderdeel van een reeks buitenkamers die elkaar opvolgen. Vanuit de woning blijft de relatie met de tuin helder dankzij de grote glaspartijen en de smalle randen in steen. De tuin wordt daardoor niet tot achtergrond gereduceerd; hij verschijnt als een tweede gebruiksniveau dat evenzeer door route, licht en uitzicht is bepaald.
Bruintinten, glas en steen in één lijn
De materialisatie houdt de verschillende delen samen zonder ze gelijk te maken. Gevelsteen, buitenschrijnwerk, beton, hout en de steenachtige vloeren keren telkens terug in een andere verhouding. In het interieur schuift hout op langs wanden en maatwerk, terwijl beton in tafel, structuur en volumes meer gewicht geeft. Buiten brengen de bruintinten in steen en kozijnen dezelfde rustige toon terug. Die herhaling werkt vooral door in de overgangen: van carport naar inkom, van binnentuin naar leefruimte, van terras naar zwembad.
Een box-in-box die de route stuurt
In het interieur ligt een box-in-box volume dat toilet, trap en berging samenneemt. Dat compacte blok is geen achteraf ingevoegde kern, maar een duidelijk leesbaar element dat de beweging door de woning mee organiseert. Wie binnenkomt, merkt eerst de vestiaire op en pas daarna het zicht op leefruimte en tuin. De route vraagt even wachten, omdat de doorkijk pas na het ophangen van de jas volledig openvalt. Ook hier keert het trechteridee terug, maar dan in interieurvorm: eerst sturen, dan onthullen.
Diezelfde logica blijft zichtbaar in de afwerking. De leefruimtes tonen een interieur met hout en beton waarin kastwanden, trap en vloeren elkaar niet overstemmen maar wel dezelfde heldere vormentaal spreken. Het houten maatwerk in de zithoek en het keukengebied sluit aan op strakke witte vlakken en op de natuursteen- of granito-achtige vloer. Daardoor ontstaat een interieur dat niet werkt met veel losse gebaren, maar met een beperkt aantal materialen die van ruimte naar ruimte herkenbaar blijven. De zichtlijnen blijven open, al worden ze telkens tijdelijk onderbroken door volume en hoek.
De bovenverdieping als kinderzone, de kelder als nachtverdieping
De bovenverdieping is gereserveerd voor de kinderen en telt drie slaapkamers. Twee kamers zijn via een schuifdeur met elkaar verbonden, waardoor de indeling mee kan bewegen met gebruik en privacy. De nachtoverloop is niet leeg gelaten, maar ingezet als bureau en zitplek. Ook de trap naar deze zone kan worden afgesloten met een schuifdeur, zodat de bovenverdieping als aparte wereld leesbaar blijft. Het is een duidelijke, functionele laag in de woning, zonder dat de ruimtelijke samenhang wegvalt.
Op kelderniveau ligt het nachtdeel van de ouders. Die zone omvat een slaapkamer, dressing en badkamer en krijgt licht via een drie verdiepingen hoog glasraam, een claustragevel op de verdieping en een patio op het laagste niveau. Het ondergrondse karakter wordt daardoor minder zwaar dan de ligging doet vermoeden. Licht komt niet uit één bron, maar via meerdere sneden en openingen. Zo eindigt de trechtervormige woning niet in een gesloten plint, maar in een tweede, lager gelegen leeflaag waarin privacy en daglicht naast elkaar bestaan.
Fotograaf: Philippe Van Gelooven
Wil je meer zien van Egide Meertens Plus Architecten? Bekijk de pagina van Egide Meertens Plus Architecten voor meer projecten en bedrijfsinformatie.








