Industrieel restaurantinterieur met centrale keuken
Een open plafond met zichtbare leidingen trekt meteen de aandacht, net als de centrale keuken die midden in de ruimte staat en overal met glas zichtbaar blijft. In deze voormalige autogarage komen drie aan elkaar geschakelde panden samen tot een industrieel restaurantinterieur met meerdere zalen. De functie is breed: private diners, vergaderingen en exclusieve feesten krijgen hier elk een eigen plek. Oude elementen zijn niet weggewerkt, maar juist in beeld gehouden, waardoor de ruwe wanden en het grote volume de ruimte blijven sturen.
Meerdere zalen, elk met een eigen ritme
De opzet van het pand werkt met verschillende kamers en overgangen. Een zaal voelt meer gesloten, een andere opent zich naar tafels, banken en de barzone. Door die wisseling blijft het interieur in beweging, ook wanneer de ruimtes op zichzelf rustig zijn ingericht. Grote ramen, open zichtlijnen en de duidelijke lijn van het plafond verbinden de onderdelen met elkaar. Zo ontstaat een industriële eventlocatie die niet leunt op één decor, maar op een reeks herkenbare ruimten.
In de hoofdruimtes is de schaal voelbaar. Tafels staan los van elkaar of zijn aan elkaar te schuiven, terwijl het plafond hoog boven de opstelling doorloopt. De zichtbare techniek blijft onderdeel van het beeld. Dat geldt ook voor de wandafwerking, waar textuur en sporen van gebruik niet zijn gladgestreken. Het resultaat is een industrieel restaurantinterieur dat meer laat zien dan verbergt, zonder de indeling zwaar te maken.
De keuken als zichtbaar middelpunt
De keuken ligt centraal in het gebouw en werkt als visueel anker. Door de grote glasvlakken is het kookhart voortdurend aanwezig, ook vanuit de omliggende zalen. De positie in het midden maakt de keuken niet alleen praktisch, maar ook ruimtelijk bepalend: wie binnenkomt, leest meteen waar het middelpunt zit. Dat zicht op de keuken geeft de ruimte spanning, zeker in combinatie met de stalen profielen en de heldere fronten rondom.
Rond deze centrale keuken schuiven eet- en overlegopstellingen dicht tegen de zichtlijnen aan. Daardoor blijft er contact tussen de verschillende functies in het pand. De ene tafel staat dicht bij het keukenbeeld, de andere meer in een nis of naast een glazen wand. Zo krijgt de centrale keuken met glas een rol die verder gaat dan alleen koken; ze verdeelt en verbindt tegelijk.
Maatwerk meubilair voor wisselende opstellingen
De tafels in de vergaderruimtes zijn speciaal ontworpen voor deze locatie. Ze zijn verplaatsbaar, koppelbaar en kunnen worden gekanteld tot losse statafels. Dat maakt de vergaderruimte industriële stijl geschikt voor verschillende vormen van gebruik, zonder dat het meubilair de ruimte vastzet. De stoelen rond de tafels zijn bekleed met dezelfde stof als de speciale zitmeubelen op de eerste etage, waardoor de route door het gebouw rustig aanvoelt ondanks de wisselende zalen.
Ook de bar is opgebouwd uit losse elementen. Het stalen en glazen barmeubel staat niet als vast blok in de ruimte, maar kan volledig verrijden. In het voorste gedeelte vormt dat een duidelijk ankerpunt, met daarachter zitbanken in groen en wit die de harde lijnen verzachten zonder het industriële beeld te verlaten. Het maatwerk meubilair is hier geen losse toevoeging; het bepaalt hoe de zalen gebruikt en gelezen worden.
Een bar die de ruimte onderbreekt
Een tweede barobject werkt tegelijk als loungebank en als verlengstuk van de bar. Door zijn positie doorbreekt het de grote ruimte en brengt het een tweede schaal aan in het interieur. De lijn van het oorspronkelijke plafond loopt door en sluit aan op de nieuw gebouwde loods, waardoor oud en nieuw niet los van elkaar staan. De overgang is zichtbaar in de constructie zelf, niet alleen in de afwerking. Dat geeft het interieur een duidelijke gelaagdheid.
De combinatie van staal, glas en zwaardere stoffering maakt die barzone leesbaar vanaf verschillende plekken in het gebouw. Je ziet waar je kunt blijven hangen, waar je doorloopt en waar het restaurantinterieur overgaat in een meer besloten setting. Juist in een industriële eventlocatie is die ruimtelijke aanwijzing belangrijk: de inrichting stuurt zonder de zaal te vullen met vaste gebaren.
Ruwe wanden en open plafond als uitgangspunt
De bestaande muren dragen sporen van gebruik. Aging walls en graffiti verwijzen naar de periode waarin hier aan auto’s werd gewerkt. In plaats van een gladde afwerking is gekozen voor zichtbare textuur, vegen en een oppervlak dat niet probeert nieuw te lijken. Samen met het open plafond en de zichtbare installaties geeft dat het interieur zijn directe toon. Het zijn precies die ruwe wanden en open plafonddelen die de ruimte richting geven.
Die rauwheid staat niet los van de inrichting, maar werkt er juist mee. Houten balken, donker metaal en glas brengen een ander tempo in dezelfde zaal. De tafels en banken nemen de harde achtergrond niet weg; ze leggen er een laag bovenop. Daardoor blijft het interieur leesbaar als voormalige werkplek, terwijl het nu duidelijk is ingericht voor diners en bijeenkomsten. Het contrast is ingetogen, maar constant aanwezig.
Wandtextuur, licht en zitmeubilair
De detaillering zit in de elementen die je van dichtbij leest: wandtextuur, verlichting en bekleding. Boven de bar en in de serveerzones hangen lichtpunten die het donkere staal aftekenen. In de vergaderruimtes sluiten de stoelen aan op dezelfde stoffering als de banken, waardoor er een lijn door het gebouw loopt zonder dat alles gelijk wordt. De groene banken steken af tegen de steen- en pleisterwanden en geven de zaal een duidelijk rustpunt tussen de harde materialen.
Ook de badkamerruimte volgt dat beeld, met een ruwe betonnen wand, twee ronde spiegels en een strak wastafelmeubel. Dat kleine interieur sluit aan op de rest van het gebouw: sober in materialen, precies in opbouw. Het laat zien dat het project niet alleen op de grote gebaren leunt, maar ook op onderdelen die dezelfde taal spreken.
Van garage naar industriële eventlocatie
Wat vroeger een autogarage was, werkt nu als industriële eventlocatie met meerdere gebruikssituaties. De grote glazen delen, de verplaatsbare bar, de wisselende tafels en de centrale keuken maken het gebouw flexibel, maar de sfeer blijft stevig verankerd in de bestaande structuur. Baksteen, glas, staal en zwaar stoffeermateriaal brengen verschillende temperaturen samen zonder het karakter van de plek te egaliseren. De oude constructie blijft zichtbaar in het geheel.
Juist dat samenspel maakt het project overtuigend: een industrieel restaurantinterieur waarin de sporen van het verleden niet worden weggepoetst, maar deel worden van het dagelijks gebruik. De ruimte kan een diner dragen, een overleg laten werken en een feestavond opnemen, terwijl de keuken in het midden zichtbaar blijft en de zalen onder één dak toch hun eigen toon houden. Het resultaat is een interieur dat draait om gebruik, maar zich vooral laat lezen in materiaal, lijn en licht.
Wil je meer zien van Jeroen van Zwetselaar? Bekijk de pagina van Jeroen van Zwetselaar voor meer projecten en bedrijfsinformatie.








